Deelname aan internationale tornooien

Lees onderaan ook over wereldbekertornooien, EK, WK en OS.

Kwalificatietornooien

Kwalificatietornooien moet je zien in onze Belgische context (en bij uitbreiding in nationale context): onze Federatie beschouwt een aantal tornooien als kwalificatief voor de Wereld- en Europese Kampioenschappen (WK en EK). Op dit moment hebben die tornooien een gelijkaardig niveau: het zijn Europese circuittornooien of wereldbekertornooien (A-tornooien) of Franse en Duitse circuittornooien senioren (B-tornooien). Met betrekking tot de vereisten om aan die tornooien op een gunstige manier te kunnen deelnemen, is de term 'kwalificatietornooi' (afgekort 'Q-tornooi') een zinvolle aanduiding van waar het hier ook om gaat.

Verschillen met 'gewone' tornooien:

  • Je materiaal wordt gecontroleerd en moet strikt aan de eisen voldoen. Op andere tornooien gebeurt geen controle of is de controle iets lakser. (Dat impliceert niet dat je op een ander tornooi met je 'slechte' materiaal aan de start mag verschijnen, zoals sommige schermers wel eens plegen te doen.) Concrete aanwijzingen in de paragraaf 'Materiaal'.
  • De inschrijving moet gebeuren door de Belgische Federatie (voor A-tornooien kan het echt niet anders, voor B-tornooien kunnen we zelf inschrijven, maar dan telt het resultaat niet voor kwalificatie, en dienen vereisten in verband met scheidsrechters in beschouwing genomen). De hoofdtrainer coördineert de inschrijvingen voor kwalificatietornooien. Inschrijvingen gebeuren per jaar of per trimester.
  • Deelname aan A-tornooien is beperkt door de reglementen van de Federatie en van de FIE. Zie Deelname aan Wereldbekertornooien.
  • Er komt heel wat tijd, geld en moeite bij de organisatie van deze verplaatsingen kijken. Dat geldt voor de schermers en hun ouders, voor de trainers en de club, en voor de Vlaamse Schermbond. De trainers zullen erop toezien dat enkel schermers ingeschreven worden die op zinvolle manier kunnen deelnemen. Aan de andere kant wordt van de schermers en hun ouders verwacht dat zij (1) duidelijk aangeven wat ze van het voorgestelde programma wel en niet zullen doen en (2) dat zij het bevestigde programma strikt opvolgen.
  • De verplaatsingen, die hier typisch verschillende dagen in beslag nemen, roepen vragen op met betrekking tot de combinatie met school. Zie daarvoor Wat met de school?

Materiaal

Volgende zaken heb je nodig, en dienen in perfecte staat te zijn:

  • 4 wapens, 2 kabels en 2 maskerkabels. Meer mag je in principe (volgens het reglement) niet afgeven. In de meeste gevallen wordt wel meer toegelaten, en heb je dus wel wat speelruimte om eens een slecht item in te leveren. In sommige gevallen is men echter strikt in wat men toelaat (zeker als het wat drukker wordt aan de controle wordt die regel wel eens ingeroepen); om te vermijden dat je dan voor verrassingen komt te staan, ben je dus maar beter zeker van de goedkeuring van hetgeen je inlevert ter controle.
  • Elektrisch masker dat moet voldoen aan de veiligheidsnormen, wat onder meer impliceert dat er geen deuken in mogen zijn en zo. Het moet ook voldoende geleidend zijn; als er stukjes van het stoffen gedeelte beschadigd zijn, moet je ervan uitgaan dat het masker afgekeurd zal worden. Opgelet: Vanaf 1 maart 2014 zijn transparante maskers nergens meer toegelaten. Opgelet bis: de aanwezigheid van de velcroband aan het masker zal strikter gecontroleerd worden.
  • Witte vest, broek en ondervest moeten een geldig FIE-label hebben; die dingen worden doorgaans niet op de materiaalcontrole gecontroleerd, maar wel op de piste. Meer en meer zullen de broeken wel gecontroleerd worden, m.b.t. aanwezigheid van het nationale embleem.

Voor wereldbekertornooien en Duitse nationale circuits junioren/senioren:

Elektrische vest met je naam en 'land-code' (BEL voor ons) in koningsblauwe letters, tussen 8 en 10 cm hoog, in schreefloos lettertype (een schreef is zo'n klein streepje aan het uiteinde van de samenstellende delen van een letter) (zie Bedrukken van schermvest). Het moet voldoende geleidend zijn; als er roestvlekken op zitten, of delen van de brokaatstof afgesleten zijn, moet je ervan uitgaan dat de vest afgekeurd zal worden.

Diverse tips

  • Als je met het vliegtuig reist, hou dan je schermschoenen in je handbagage. Als je bagage verloren gaat (wat intussen toch al een paar keer gebeurd is), dan blijken schermschoenen over het algemeen het minst makkelijk vervangbaar. Zelfs al kan je een hele vervang-uitrusting op de kop tikken, voor schoenen blijft de optimale oplossing je eigen, ingeschermde schoenen ter beschikking te hebben.
  • Op sommige bestemmingen (lees: Oost-Europa) is het eten op de plaats van de competitie niet altijd even eetbaar. Zorg in geval van twijfel voor voldoende eigen voedsel.

Duren deze tornooien twee dagen?

De aandachtige lezer zal op de diverse tornooipagina's, zeker bij de cadetten, zien dat er vaak twee dagen geschermd wordt. Dat is dan doorgaans een dag individueel, en een dag per ploeg. Wij proberen in de mate van het mogelijke steeds inderdaad de twee dagen te schermen. Voor een kleine meerkost (1 overnachting, 1 avondmaal, 1 inschrijvingsgeld ploeg gedeeld door 3 à 4) doen de schermers heel wat meer ervaring op, en bovendien in de meestal heel leuke context van ploegenwedstrijden.

De opvolg-vraag die we dan meestal van de ouders krijgen: wat met het schoolwerk? Antwoord: naarmate het aantal deelnemende schermers gestegen is, heeft zich een mooie 'huiswerkcultuur' ontwikkeld, waarbij een groot deel van de schermers in groep tijd uittrekt om voor school te werken, in plaats van zomaar wat rond te hangen op een plaats waar meestal toch weinig te beleven valt. Daarrond worden de schermers steeds verondersteld hun combinatie schoolwerk/tornooi goed te plannen. Wij hebben daarover tot nu toe heel weinig klachten gehad. Als bonus lopen er binnen de begeleidersgroep wel een aantal mensen rond die zich actief interesseren voor het schoolwerk van de jongeren, en op tijd en stond kritische vragen stellen om naar de kennis van de schoolgaande jeugd te peilen.

Kosten

De kosten voor deelname aan kwalificatietornooien vallen uiteen in volgende componenten:

  • verplaatsing
    • ofwel met de auto of busje (de meeste Q-tornooien voor cadetten en een aantal Q-tornooien voor junioren zijn niet zo ver en kunnen we met de auto doen): standaard-kilometervergoeding voor onze schermers, ongeacht hoe het vervoer geregeld wordt (zie Vervoerregeling)
    • ofwel met vliegtuig: prijzen variëren naargelang van de bestemming en maatschappij natuurlijk. We zijn ondertussen al redelijk bedreven in het vinden van goedkope tarieven. (Noot: de VSB zal zich in de toekomst wellicht meer en meer bezig houden met het boeken van vliegtuigtickets (vanwege de werking met de topsportschool).)
  • overnachting
    • we zoeken altijd een goedkope oplossing, reken tussen 50 en 80 euro per nacht, inclusief ontbijt
  • eten: ook hier zoeken we naar een redelijke kost, waarbij we wel uitkijken naar een aan de sport aangepast menu (we gaan niet naar McDonalds ofzo)
  • inschrijvingsgeld: is vergelijkbaar met gewone tornooien in België, 15 à 25 euro

Wereldbekertornooien

Wereldbekertornooien zijn tornooien die ingericht worden onder rechtstreeks toezicht van de FIE, en die aan de deelnemers punten kunnen opleveren voor de officiële wereldranglijst junioren of senioren. Je kan altijd een volledige lijst van die tornooien terugvinden op de website van de FIE, http://fie.org.

Het FIE-reglement beperkt het aantal deelnemers per land per tornooi. In principe mogen 12 schermers per land meedoen (8 aan een Grand Prix). Het land dat een tornooi organiseert, mag in zijn eigen tornooi 20 schermers afvaardigen, plus indien mogelijk en indien nodig een aantal extra schermers om het totale deelnemersaantal op een geheel veelvoud van 7 te brengen. Schermers kunnen uitsluitend door hun nationale federatie ingeschreven worden, en de correcte procedure dient daarbij gevolgd te worden (wat onder meer een limietdatum voor inschrijving van enkele weken voor het tornooi inhoudt). Verder legt de FIE geen beperkingen op.

De nationale federaties kunnen verdere normen opleggen om te bepalen wie zij wel of niet inschrijven. De Belgische Federatie doet dat ook. Er bestaat een reglement om te bepalen wie mag deelnemen aan wereldbekertornooien, EKs en WKs. Voor de Olympische Spelen worden bovendien normen opgelegd door het BOIC.

Het kwalificatiereglement van de Belgische Federatie kan je terugvinden op hun website. Dat reglement wordt regelmatig aangepast. Iedereen die aan dergelijke tornooien deelneemt, wordt geacht al voldoende ervaring en achtergrond te hebben om te begrijpen waarover het gaat, en je kan ook best op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen.

Deelname aan EK, WK en OS

  • EK = Europees Kampioenschap; er worden afzonderlijke EKs georganiseerd voor cadetten, junioren en senioren
  • WK = Wereldkampioenschap; er worden afzonderlijke WKs georganiseerd voor cadetten, junioren en senioren
  • OS = Olympische Spelen; enkel senioren

Bovenstaande evenementen zijn kampioenschappen die ingericht worden onder de vlag van respectievelijk EFC + FIE, FIE, en FIE + IOC. Aangezien de FIE bij elke organisatie betrokken is, kan je altijd een volledige lijst van die kampioenschappen terugvinden op de website van de FIE, http://fie.org.

De reglementen van de verschillende organiserende instanties beperken het aantal deelnemers per land per kampioenschap. Voor deelname aan EK en WK leggen de organiserende instanties geen andere beperkingen op. Voor de OS is het aantal startplaatsen beperkt, en gelden ingewikkelde selectieregels om ervoor te zorgen dat alle continenten voldoende vertegenwoordigd zijn. Voor al die kampioenschappen kunnen schermers uitsluitend door hun nationale federatie (of voor de OS door het BOIC) ingeschreven worden, en de correcte procedure dient daarbij gevolgd te worden.

Korte inhoud van het reglement: er is een Belgische ranglijst per wapen en per leeftijdscategorie. Punten worden toegekend aan schermers op basis van resultaten die ze behalen op vooraf aangeduide tornooien, de zogenaamde kwalificatietornooien. Het overzicht van alle kwalificatietornooien per seizoen vind je in de kwalificatiekalender. Het aantal punten dat je voor een bepaalde prestatie ontvangt, staat gespecificeerd in het kwalificatiereglement. Omdat "kwalificatie" zo'n lang woord is, korten we dat vaak af met een "Q", dus "Q-tornooi", "Q-kalender", "Q-reglement", etc.